Hoog­be­gaafd­heid

Het hoog­be­gaaf­de ZIJN

De pas­sie van Marink bestaat eruit hoog­be­gaaf­de kin­de­ren en jon­ge­ren te hel­pen hun talen­ten te leren ken­nen, om van­uit inzicht in het eigen hoog­be­gaaf­de ZIJN aan het roer van hun ont­wik­ke­ling te gaan staan. Alleen dan kun­nen ze zèlf pas­sie gaan erva­ren en het lef ont­wik­ke­len om voor zich­zelf op te komen om hun gro­te poten­ti­eel te ontplooien. 

In haar jaren­lan­ge werk met hoog­be­gaaf­den èn in het opvoe­den van haar eigen kin­de­ren heeft Marink ont­dekt dat hoog­be­gaaf­de kin­de­ren al op hele jon­ge leef­tijd snel­le en slim­me den­kers zijn, die com­plexe zaken aan kun­nen en auto­noom, nieuws­gie­rig en gedre­ven van aard zijn. Ze zijn sen­si­tief en emo­ti­o­neel en leven en voe­len intens. Ze hou­den ervan om te cre­ë­ren. Als hun aan­leg en omge­ving in balans zijn, komen ze tot hun recht. Als dit niet het geval is, dan heeft een hoog­be­gaaf­de daar last van. En die last ervaart hij intens. 

Kort­om: hoog­be­gaafd­heid is zoveel meer dan het heb­ben van een zeer hoog IQ. Bij Stich­ting Socra­tOss spre­ken we lie­ver over het hoog­be­gaaf­de ZIJN: het bewust en intens bele­ven van wat je mee­maakt, is waar het om draait. Pro­fes­sor dr. Tes­sa Kie­boom, direc­teur van Exen­tra (exper­ti­se­cen­trum rond­om hoog­be­gaafd­heid in Ant­wer­pen) stelt dat het bewust­zijn ver­der ver­sterkt naar­ma­te de intel­li­gen­tie toe­neemt. Zij spreekt van een cog­ni­tief en een zijn­sluik in haar model van hoog­be­gaafd­heid en onder­schrijft dat veel hoog­be­gaaf­den met inten­se gevoe­lens rea­ge­ren op wat ze mee­ma­ken. Dabrow­ski (1902–1980) zag dit al eer­der en sprak van over­ex­ci­ta­bi­li­ties, waar­bij hij aan­gaf dat hoog­be­gaaf­den in het alge­meen hef­ti­ger en lang­du­ri­ger reageren. 

Hoe kan Marink helpen?

In de bege­lei­ding van hoog­be­gaaf­de kin­de­ren en jon­ge­ren vindt Marink het belang­rijk de talen­ten te onder­ken­nen en het accent te leg­gen op het psy­cho­lo­gi­sche pro­ces. Hoog­be­gaaf­den bezit­ten immers veel talen­ten en zijn niet altijd in staat die in een school­se situ­a­tie te ont­wik­ke­len. Dit werkt frus­tre­rend en leidt tot ‘school­pijn’, waar­bij ze uit balans raken. Het kan las­tig zijn om als ouders die ster­ke emo­ties in goe­de banen te leiden. 

Bij een ver­moe­den van hoog­be­gaafd­heid gaat Marink met behulp van intel­li­gen­tie­on­der­zoek na of er spra­ke is van een begaaf­de of zeer begaaf­de intel­li­gen­tie. Aan­vul­lend kan bij jon­ge­ren een Kern­Ta­len­ten-ana­ly­se afge­no­men wor­den om hun talen­ten, die vaak ver­bor­gen aan­we­zig zijn, te herkennen. 

Tij­dens bege­lei­din­gen werkt Marink van­uit het hoog­be­gaaf­de ZIJN: wat voel je, wat wil je, hoe kun je je snel­le brein het bes­te bestu­ren? Uit­leg over hoog­be­gaafd­heid in het alge­meen en jouw hoog­be­gaafd­heid in het bij­zon­der, geldt daar­bij als uit­gangs­punt. We kij­ken naar wat er wèl goed gaat, naar talen­ten en inte­res­ses en wat dit bete­kent voor de manier van zijn en voe­len. Er wordt gewerkt aan (zelf)vertrouwen, zodat een kind/jongere de din­gen die moei­lij­ker gaan, (weer) durft aan te gaan.